Thema: meertaligheid, taalontwikkeling
Leeftijd: vanaf 7 jaar

Nederland is een meertalig land. Bijna elke schoolklas heeft wel een of meer kinderen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Het gaat daarbij niet alleen om buurtalen als Engels, Duits en Frans, maar ook om regionale talen zoals Fries en Limburgs, en natuurlijk om migrantentalen zoals Turks, Arabisch, Pools, en héél veel meer talen. Voor kinderen en leerkrachten kan het soms moeilijk zijn om met die meertaligheid om te gaan. Kinderen begrijpen soms niet alles wat in de les gezegd wordt, vinden minder snel aansluiting bij klasgenoten of kunnen met vragen voor school niet terecht bij hun ouders.

In deze les leren we wat meertaligheid eigenlijk is, hoe het werkt en hoe je ermee om kunt gaan. Wat doet het met je als je twee talen in je hoofd hebt zitten? Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen verschillende talen en hoe kunnen deze je  helpen ( of soms juist niet) om een andere taal te leren? We leren dat meertaligen hun twee talen niet zomaar kunnen uitzetten, dat ze soms even moeten zoeken naar woorden, en dat meertalig zijn ook veel voordelen heeft.

Docenten:

Sharon Unsworth is in Engeland geboren en heeft Nederlands als tweede taal geleerd toen ze 20 jaar geleden naar Nederland is verhuisd. Ze doet onderzoek naar de taalontwikkeling van meertalige kinderen en maakt daarover ook een podcast (Kletsheads). Ze voedt haar eigen kinderen meertalig op.

Elly Koutamanis is zelf meertalig opgegroeid – haar ouders komen uit Griekenland en hebben altijd Grieks met haar gesproken. Elly doet onderzoek naar de taalontwikkeling van meertalige kinderen. Dit doet ze door bijvoorbeeld gebruik te maken van een eyetracker, een apparaat dat meet wat je ogen doen, terwijl je woorden uit verschillende talen hoort. Dit vertelt je veel over wat er in een (meertalig) hoofd gebeurt!